Nieuws

   ISO geschokt over grootschalige lobby BKR en kredietverstrekkers voor BKR-registratie van studieschulden

ISO geschokt over grootschalige lobby BKR en kredietverstrekkers voor BKR-registratie van studieschulden

DEN HAAG, 27 September 2018

 

Het Bureau Krediet Registratie (BKR) is met behulp van lobbykantoor Hill+Knowlton een strategie aan het opstellen om de studieschulden van studenten officieel te gaan registreren. Dat blijkt uit een document in bezit van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), dat de correspondentie tussen het BKR en leden (lees: Nederlandse kredietverstrekkers) van het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) bevat. Het ISO is geschokt over de grootschalige inspanning van het BKR om het CKI en daarmee het bankwezen te betrekken in een lobby rondom de BKR-registratie van studieschulden. ISO-voorzitter Tom van den Brink: ‘’Juist nu is gebleken dat ex-studenten moeilijker aan een hypotheek kunnen komen, wordt er geopperd voor nog meer toezicht en controle op studieschulden’’.

 

Controle en toezicht op studieschulden

Het BKR pleit al langer voor de registratie van studieschulden, maar is in de luwte gekomen door onder meer het optreden van oud-minister van Onderwijs Jet Bussemaker, die er vaak terecht op wees dat studieschulden verschillen van een doorsnee (consumptieve) lening. In de emailwisseling tussen het BKR en het CKI wordt echter duidelijk dat zij met behulp van lobbykantoor Hill+Knowlton én daarbij in samenwerking met kredietverstrekkers een nieuwe poging doen. Er wordt geschreven dat ‘’de situatie rondom studieschulden en de leemte die DUO laat vallen in het accuraat voorzien van gegevens maakt dat er een opportunity ligt in het registreren van studieschulden. Dit moet gepositioneerd worden als een sector breed gedeeld probleem, niet alleen voor BKR maar ook voor andere stakeholders (Nederlandse Vereniging van Banken, NVVK, VFN etc.)’’. Het ISO is van mening dat de nadruk op de registratie van schulden niet ten goede komt van de positie van hypotheekaanvragers met een studieschuld. Juist op dat gebied zouden banken moeten bewegen, bijvoorbeeld door actuele schulden in plaats van oorspronkelijke schulden mee te nemen in de berekening van de hoogte van een hypotheek. ISO-voorzitter Tom van den Brink: ‘’Het azen op controle over studieschulden strookt niet met het sociale karakter van het leenstelsel, het is immers een geheel ander soort schuld. Daarnaast geeft het banken nog meer voer om ex-studenten een halfbakken hypotheek te geven’’.

 

Voorlichting is taak van DUO

Al in het leenstelselakkoord uit 2014 wordt benadrukt dat studenten bewust moeten worden gemaakt van hun eigen leengedrag en de consequenties daarvan. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft hierin een grote rol, en gaat daarom naar aanleiding van de berichtgeving rondom de invloed van een studieschuld op een hypotheek in gesprek met onderwijsminister Ingrid van Engelshoven over de mogelijkheden hierin. Spijtig genoeg stelt het BKR in een kromme argumentatie dat vanwege de gebrekkige voorlichting, het registreren van studieschulden de remedie is. Volgens het ISO is dit de omgekeerde wereld en mosterd na de maaltijd. Juist DUO moet studenten aan de voorkant goed voorlichten en informeren, in plaats van dat zij aan de achterkant worden afgerekend op hun studieschulden. Van den Brink:‘’Dat DUO niet goed voorlicht over de effecten van studieschulden op het verkrijgen van een hypotheek is geen reden om schulden officieel te registreren. Dat zal de leenangst per direct vergroten’’.

 

Ministerie van OCW beaamt tegenargumenten registratie studieschulden

Een woordvoerder van het ministerie van OCW beaamt het bovenstaande: ‘’De argumenten tegen BKR-registratie gelden nog steeds. Een registratie bij het BKR kan immers een afschrikkende werking hebben’’. Naast de afschrikkende werking stelt het ministerie daaropvolgend dat ‘’naast het feit dat zo’n registratie de toegankelijkheid verkleint, er in zo’n registratie onvoldoende onderscheid gemaakt tussen verschillende type leningen die in Nederland mogelijk zijn. Dat is belangrijk omdat studieleningen – in tegenstelling tot commerciële producten - een inkomensafhankelijke terugbetaling kennen. Die is voordeliger dan bij commerciële producten. Zo hoeft een ex-student maar maximaal 4% van het inkomen boven het minimumloon te besteden aan het terugbetalen van de lening. Als een oud-student niet voldoende inkomen heeft om de lening terug te betalen, dan hoeft hij of zij dus ook niet terug te betalen. Met deze sociale voorwaarden onderscheidt de studielening zich van commerciële leningen en daarom vindt de minister een BKR-registratie niet van toepassing’’.